Afstand beplantingen

Hieronder vind u een overzicht van bepalingen waarmee rekening moet gehouden worden bij het aanbrengen van beplantingen.

  • Een niet-gemene dode haag1 mag op de uiterste grens van de eigendom geplaatst worden, dus tot aan de scheidingslijn.
  • Een levende niet-gemene haag moet op een afstand van 0,5 m van de scheidingslijn geplant worden.
  • Hoogstammige bomen2 moeten op een afstand van minimum 2 m van de scheidingslijn tussen de 2 percelen geplant worden. Andere bomen en levende hagen mogen op 0,5 m geplant worden.
  • Struiken, heesters, naaldbomen, ... worden als laagstammige bomen beschouwd.
    Kastanjebomen, eiken, notelaars, berken, esdoorns, ... zijn hoogstammige bomen.
  • Fruitbomen mogen als leibomen aan elke kant van de muur tussen twee percelen geplant worden zonder dat een afstand in acht moet genomen worden. Als het gaat om een niet gemene muur, dan heeft enkel de eigenaar het recht hem als steun voor zijn leibomen te gebruiken.

1 Een haag die uit droge takken bestaat. Een dode haag wordt niet breder of hoger en kan niet doordringen tot het perceel van de buurman.

2 Een hoogstammige boom is elke boom die op een hoogte van 1 meter boven het maaiveld een stamomtrek heeft van 1 meter (= diameter van +/- 32 cm).

  • Delen